E-learning Informelezorg

Verminderd ziekte-inzicht

KerntaakHerkennen
Compententies-Heeft een vragende houding om te kunnen herkennen in hoeverre de gevolgen van het NAH, karakter en de omgeving de situatie complex kunnen maken voor de naaste(n) en weet hiervoor modellen te vinden en gebruiken. Heeft kennis van NAH: de zichtbare én onzichtbare gevolgen, kan die kennis delen met de mantelzorger o.a. door praktische voorbeelden te geven.
OnderwerpVerminderd ziekte-inzicht
WerkvormErvaren en Conceptualiseren
SamenstellingDrietallen
Tijd60 minuten
NiveauHBO
  1. Op de site Verder met hersenletsel vind je een beschrijving van verminderd ziekte-inzicht bij hersenletsel. Lees de volledige tekst.
  2. Kijk op internet naar 3 sites waar je aanvullende informatie kunt vinden over verminderd ziekte-inzicht bij mensen met hersenletsel. Welke van deze sites vind je het meest informatief?
  3. Op de site van Verder met Hersenletsel (zoals bij punt 1 gegeven is) zie je tien voorbeelden van beperkt inzicht. Hier heb je ze nog even op een rijtje:Bekijk de documentaire ‘Je zal het maar hebben’ gepresenteerd door Ruben Nicolai. Bekijk alleen de gesprekken met Bob https://www.youtube.com/watch?v=EJw5l8q84zM. Bestudeer de tien voorbeelden die hierboven genoemd staan. Kies minimaal 6 voorbeelden die volgens jullie bij Bob van toepassing zijn. Geef precies aan in welk gedrag je het verminderd ziekte-inzicht herkent. Maak een overzichtelijk schema waarin je de voorbeelden zoals hierboven gegeven, koppelt aan Bob’s gedrag.Ga nu terug naar (2) de door jou gevonden informatie over verminderd ziekte-inzicht. Begrijp je de tekst, na het zien van de documentaire en na je analyse, nu beter? Beargumenteer je antwoord.
  4. Ga met elkaar in gesprek over: Stel Bob is je broer, een buurjongen of een hele goede vriend van je. Op welke manier denk je dat dit gedrag van invloed is op jou? Denk je dat jullie relatie verandert? Zo ja, hoe dan? Wat zou je kunnen helpen om het gedrag dat past bij verminderd ziekte-inzicht, te kunnen plaatsen en accepteren?
  5. Hoe zou een sociale professional hierin kunnen ondersteunen? Kijk nog eens naar het artikel bij punt 1 waarin ook suggesties voor de omgang worden gedaan.