E-learning Informelezorg

Een e-learning Informele Zorg rond mensen met (L)VB

In de periode 2017-2018 heeft een samenwerking plaatsgevonden van Abrona en het  Kenniscentrum Sociale Innovatie rondom het thema Informele Zorg.  Professionals uit de praktijk en docentonderzoekers van Hogeschool Utrecht ontwikkelden onder andere een competentieprofiel ‘Professionele Samenwerking met Informele Zorg’. Dit competentieprofiel staat niet op zichzelf maar is een aanvulling op bestaande opleidingsprofielen.

Om de competenties ook daadwerkelijk te kunnen verwerven is een e-learning ontwikkeld. Deze e-learning is bedoeld voor studenten en professionals die op mbo- niveau (niveau 3 en 4) of op hbo- niveau (niveau 6) een opleiding volgen of werkzaam zijn in de sector Zorg en Welzijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om opleidingen en functies als:

  • Maatschappelijke zorg
  • Sociaal Werk
  • Helpende
  • Verpleegkundige

Waarom een e-learning Informele Zorg rond mensen met (L)VB?

De e-learning module bevat een handreiking voor sociale professionals die werken met mantelzorgers  en naasten  van mensen met een  Verstandelijke Beperking of een Licht Verstandelijke Beperking, verder aangeduid als  (L)VB. Het betreft kennis over de gevolgen op het dagelijks leven van mantelzorgers en naasten. De e-learning helpt bij het verkrijgen van kennis, vaardigheden en een passende attitude  om mantelzorgers goed te begrijpen, goed met hen samen te werken en hen adequaat te ondersteunen.

In Nederland heeft naar schatting ongeveer 8,4% van de bevolking een verstandelijke beperking. Een verstandelijke beperking  wordt gekenmerkt door beperkingen in zowel intellectueel functioneren, aanpassingsvermogen en de zelf- of sociale redzaamheid.  Internationaal worden drie criteria gehanteerd :

  • een IQ van 70 of lager;
  • samengaand met beperkingen in de conceptuele, sociale en praktische vaardigheden;
  • de beperking ontstaat voor het 18e  levensjaar.

Het intellectueel functioneren wordt beoordeeld middels een IQ-test: (Intelligentie Quotiënt). Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende niveaus van verstandelijke beperkingen op basis van het intellectueel functioneren, zoals weergegeven in de volgende tabel.

Mate van verstandelijke beperking Geschat aantal in 2014 (%) van de NL’se bevolking in 2014
Diep (IQ<20) 68.000 4,1
Ernstig (20≤IQ<35)
Matig (35≤IQ<50)
Licht (50≤IQ<70) 74.000 4,4
Totaal 142.000 8,5

Over het algemeen is het zo dat, hoe ernstiger de beperking in verstandelijk functioneren, hoe meer problemen er zullen zijn in het algemeen functioneren. Bij mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), speelt vaak dat zij overschat worden omdat de beperking niet zichtbaar is.

Belangrijk om je te realiseren is, dat niet alleen je intelligentie bepaalt hoe je je gedurende je leven ontwikkelt. Net zo belangrijk zijn levensgeschiedenis, biologische factoren, iemands kwaliteiten en mogelijkheden en de eisen, dan wel mogelijkheden, die de omgeving heeft of biedt. Bijvoorbeeld familie of de samenleving.

In de transitie van het zorgbestel wordt fors ingezet op het aanboren van informele zorg. Onder informele zorg scharen we alle ondersteuning die niet beroepshalve verricht wordt. Het gaat om meer zorg en ondersteuning door naaste(n) en vrijwilligers. Bij de groep mensen met (L)VB zijn dit ouders of brussen (samenvoeging van broers en zussen), buren, kennissen, vrijwilligers en toekomstige vrijwilligers.

In het competentieprofiel, dat de basis is van deze e-learning, wordt ingezoomd op wat de informele zorgers van mensen met een (L)VB van de sociale professionals kunnen verwachten.

In de samenwerking van professionals en de informele zorgers is communiceren en overleggen belangrijk. Het gaat dan om structureel plek  maken voor het gesprek over de regievoering, over het eigen leven van de ouders en brussen en over de noodzaak van een familie- en vriendennetwerk. Maar ook over het blijvend versterken van dat netwerk.

Belangrijk aandachtspunt bij het versterken, dan wel uitbreiden van sociale netwerken, is dat er aandacht wordt besteed aan wederkerigheid in de relatie. Een actuele praktijkvraag is hoe een goede afstemming kan plaatsvinden tussen de sociale professionals en de informele zorgers.

De e-learning is als volgt opgebouwd:

Er zijn taakgebieden die de hoofdonderdelen van activiteiten van een sociaal werker weergeven. Het competentieprofiel heeft 5 taakgebieden voor de sociale professional, te weten:

Vinden / Herkennen / Versterken / Verlichten / Verbinden

Er zijn 5 thema’s. Dit zijn thema’s die relevant zijn voor het werken in de praktijk. Het gaat om:

  • De gevolgen van de (L)VB op de naaste(n);
  • Samenwerken met de mantelzorger;
  • Ondersteunen en versterken van het sociale netwerk;
  • Kennen en gebruiken van de sociale kaart;
  • Interdisciplinair samenwerken.

In het competentieprofiel worden deze thema’s nader toegelicht.

Bij elk taakgebied horen competenties. Deze competenties zijn ingedeeld in mbo- en hbo- niveau. Ze liggen in elkaars verlengde. De opdrachten in deze e-learning zijn verbonden aan de taakgebieden en aan de competenties. Elke opdracht begint met een overzicht waarin staat:

  • Welk thema gaat het over en welke kerntaak hoort daarbij?
  • Welke competenties worden geoefend?
  • Welke onderwijswerkvorm is gekozen in termen van de leercyclus van KOLB?
  • Wordt de opdracht individueel of in groepjes gedaan?
  • Hoeveel tijd is nodig om deze opdracht te doen?

In de menubalk staan hulpmiddelen om de opdrachten goed uit te voeren. Er is een begrippenlijst, een lijst met relevante films, een lijst met kernliteratuur, een toolbox en de competentieprofielen staan op thema weergegeven.

De e-learning begint met een ‘Warming Up’ om een beeld te krijgen waar je ongeveer staat met de kennis over informele zorg rond mensen met (L)VB.

Veel plezier met deze e-learning!