E-learning Informelezorg

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

E-learning Informele zorg rondom mensen met (L)VB

Auteurs: Ellen Witteveen en Sascha van Gijzel i.s.m. Mirjam de Lang, Moniek Morelisse, Igor Kramp, Anouk Wijninga, Ramon Makkink, Maarten Hazeleger.

Deze e-learning is ontwikkeld door docenten van Hogeschool Utrecht, werkzaam voor het lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning (Kenniscentrum Sociale Innovatie) met medewerking van professionals uit de werkgroep Abrona.  Mede dankzij  financiering vanuit het  Lectoraat en vanuit Abrona.

Inhoudsopgave

Inleiding. 3

De opbouw van de module. 4

Leerstijlen van Kolb. 6

Leerfasen en leerproces. 6

Gebruikssuggesties. 7

Bijlage 1 Competentieprofiel Professionele ondersteuning Informele Zorg rond (L)VB 8

Bijlage 2 Overzicht van de taakgebieden aan de thema’s. 12

Bijlage 3 Overzicht van de opdrachten inclusief de leerstijlen. 13

Bijlage 4 Een lijst met vragen die de docent achter de hand kan houden. 18

 

Inleiding

Vanuit verschillende ontwikkelingen, waaronder maatschappelijke en financiële, ontstaat in Nederland de beweging tot het anders organiseren van zorg en ondersteuning.

Onderdeel hiervan is dat de overheid wil dat er meer aandacht is voor de inzet van en mogelijkheden voor informele zorg. De professionele zorgverlener moet de informele zorger meer als gelijkwaardige partner beschouwen. Daarnaast moet een professional aandacht hebben voor de ondersteuning en mogelijke overbelasting van de informele zorg. De overheid stimuleert een betere samenwerking tussen en deskundigheidsontwikkeling van formele en informele zorg.

In januari 2017 is door diverse professionals van Abrona en docenten van Hogeschool Utrecht een competentieprofiel vastgesteld (zie bijlage 1). Deze is bedoeld ter aanvulling op bestaande opleidingsprofielen. Waar in bestaande opleidingsprofielen het samenwerken met informele zorg vaak wel een plek krijgt blijkt er, om echt goed samen te kunnen werken met informele zorg, meer nodig.

Deze e-learning is ontwikkeld om de competenties ook daadwerkelijk te kunnen verwerven.. Deze e-learning is bedoeld voor studenten en professionals die op mbo- niveau (niveau 3 en 4) of op hbo- niveau (niveau 6) een opleiding volgen of werkzaam zijn in de sector Zorg en Welzijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om opleidingen en functies als:

  • Maatschappelijke zorg
  • Social Work
  • Verpleegkundige
  • Verzorgende

In deze docentenhandleiding vindt u aanvullende informatie over het gebruik van deze e-learning.

De opbouw van de module

Op de startpagina van de module ziet u vier introductiefilms. In deze korte films wordt een wegwijzer gegeven. Er wordt achtergrondinformatie gegeven over de inhoud van de module en wordt de werkwijze van de module kort toegelicht.  Zeker wanneer u meerdere opdrachten uit de module met de studenten wilt gaan doen, is het aan te raden te starten met deze films.

De Warming Up  dient twee doelen. Ten eerste om een indruk te krijgen en de thematiek van de module  te introduceren.  Daarnaast biedt het studenten en u, als docent, de mogelijkheid om voorkennis te testen. U kunt ervoor kiezen om studenten met opdrachten aan de slag te laten gaan met de thema’s die zij in de Warming Up het lastigst vonden.

Vervolgens vindt u rechtsboven op de pagina een aantal knoppen. Dit zijn literatuur, toolbox, films, competentieprofiel en thema’s. Er volgt nu een korte beschrijving van wat hiermee bedoeld wordt.

Met literatuur wordt kernliteratuur bedoeld. Dit zijn boeken, artikelen en websites die de kern vormen van belangrijke literatuur rondom het thema informele zorg en (L)VB. Een deel van deze kernliteratuur wordt ook gebruikt in de opdrachten. Het overige deel is aanvullend te gebruiken.

Met toolbox wordt een gereedschapskoffer bedoeld. Hierin worden tools en instrumenten beschreven die van belang zijn bij het werken met informele zorg rondom mensen met (L)VB. Een deel van deze tools, zoals meetinstrumenten, zijn gebruikt in de opdrachten. Het overige deel is aanvullend te gebruiken.

Bij films zijn films te vinden over de thema’s die belangrijk zijn in het werken met informele zorg rondom (L)VB. Deze zijn te gebruiken bij de opdrachten (dit wordt vaak vermeld). Als docent of trainer kunt u de films ook gebruiken ter introductie op een les of bijeenkomst.

De begrippenlijst behelst een groot deel van de gebruikte woorden in de opdrachten en/of in de lijsten die een nadere verklaring vragen. In deze begrippenlijst worden voor deze woorden definities, uitleg of verklaringen gegeven.

In het competentieprofiel is een overzicht te vinden van de competenties (op mbo- en op hbo-niveau) waaraan gewerkt kan worden in deze module. In het competentieprofiel wordt uitgegaan van de taakgebieden die de hoofdactiviteiten van de sociaal werker weergeven. Dit zijn de taakgebieden:

Vinden

Herkennen

Versterken

Verlichten

Verbinden

De competenties zijn uitgewerkt op deze taakgebieden en op mbo- en hbo- niveau. In de verschillende opdrachten is steeds te vinden aan welke competenties er wordt gewerkt..

In het onderdeel thema’s komen vijf thema’s aan bod. Dit zijn de thema’s die in het oorspronkelijke (competentie)profiel Informele Zorg zijn opgesteld. Wanneer er gewerkt wordt met informele zorg dan gaat het namelijk om:

1) De gevolgen van de (L)VB op de naaste(n)

2) Samenwerken met de mantelzorger

3) Versterken en benutten van het sociale netwerk

4) Kennis van de sociale kaart

5) Interdisciplinaire samenwerking.

In bijlage 4 vindt u een overzicht van de Taakgebieden gekoppeld aan de thema’s.

Per thema volgt eerst een introductietekst op het thema waarna er geklikt kan worden op >> om per thema bij de opdrachten te komen. De opdrachten kunnen onafhankelijk van elkaar worden gemaakt. Per opdracht wordt steeds het volgende aangegeven:

  • Aan welk thema wordt gewerkt?
  • Bij welke kerntaak hoort de competentie en bijbehorende opdracht?
  • Aan welke competentie(s) wordt gewerkt?
  • Wat is het onderwerp van de opdracht?
  • Waar past de werkvorm in de leercyclus van Kolb? (zie uitleg hieronder)
  • Wordt er individueel of in een groepje gewerkt?
  • Hoeveel tijd staat er voor de opdracht?

Dat ziet er als volgt uit (voorbeeld):

 

Thema 2:                            Samenwerken met de ouders/brusjes

Kerntaak:  Versterken

Competentie(s) waar in deze opdracht aan gewerkt wordt:

  • Bespreekbaar maken: draagkracht van de ouders, door te leren hoe iemand actief zijn situatie kan veranderen
  • Stimuleert de ouders de regierol te nemen in het (organiseren van het) netwerk
  • Onderwerp: Toekomstberaad
  • Werkvorm (Kolb):Conceptualiseren en Toepassen
  • Individueel/ groep/ twee-drietal
  • Benodigde tijd: 75 minuten

Leerstijlen van Kolb

Bij de introductie van de opdrachten wordt, naast de taakgebieden, de competenties en het onderwerp ook de meest op de voorgrond tredende werkstijl aangegeven. Bij deze werkstijl wordt gebruik gemaakt van de leerstijlen van Kolb.

Leerstijlen zijn verschillende manieren van leren. De psycholoog Kolb heeft onderzoek gedaan naar verschillende manieren van leren van mensen. Volgens Kolb zijn in een leerproces verschillende fasen te onderscheiden, zoals het verzamelen van informatie, het toetsen van nieuwe inzichten, het nadenken over dingen die je overkomen en dingen in de praktijk brengen.

Er worden door Kolb vier leerfasen en leerstijlen in het leerproces onderscheiden. Het gaat om het concreet ervaren (Doener), reflectief waarnemen (Bezinner), abstracte begripsvorming (Denker) en actief experimenteren (Beslisser) (Bartlema[1]).

Leerfasen en leerproces

Fase 1 Ervaren – Concreet ervaren (onderdompelen)

Fase 2 Reflecteren – Waarnemen en overdenken (reflecteren)

Fase 3 Conceptualiseren – Abstracte begripsvorming (verklaren/ inzicht)

Fase 4 Toepassen – Actief experimenteren (toepassen)

Kolb beschrijft de 4 leerfasen als een leercyclus; de leerfasen herhalen zich voortdurend en (meestal) opvolgend. Het hoogste leerrendement kan volgens Kolb gehaald worden indien al deze fasen in het leerpoces worden doorlopen.

De begeleidend docent kan in de introductie op de opdracht in één oogopslag zien op welke leerstijl de nadruk ligt. Naast keuzes op basis van competenties en onderwerp, kan de leerstijl maatwerk geven voor een groep of een individuele student. Wanneer bijvoorbeeld een student of een studentengroep moeite heeft met reflecteren, kan gekozen worden voor een opdracht waarin die manier van leren voorop staat.

In de bijlage van deze Docentenhandleiding vindt u een overzicht van alle opdrachten per onderwerp en de daaraan gekoppelde leerstijl.

Gebruikssuggesties

De e-learning is zo opgesteld dat studenten in principe zelfstandig kunnen werken. De docent heeft een rol om aan te vullen, verdieping te zoeken, te stimuleren en te enthousiasmeren.

Uit pilotervaringen blijkt dat de mate van betrokkenheid bij de opdrachten te maken heeft met de wijze waarin de opdrachten aansluiten op de eigen ervaring. In sommige opdrachten wordt hier expliciet naar gevraagd. De docent kan hier ook een belangrijke rol innemen. Bevraag de studenten op hun eigen ervaring (privé, stage, werk) en probeer de koppeling te maken naar de opdrachten.

Wanneer studenten de opdrachten bestempelen als ‘simpel’ of wanneer zij snel door de opdrachten heen gaan, heeft de docent heeft een belangrijke rol in het stimuleren om verdieping aan te brengen. U kunt als docent sturen door bijvoorbeeld de studenten na afloop een klassikale terugkoppeling te laten geven of hun opdrachten (digitaal) te laten inleveren. U kunt verdiepende vragen stellen of de studenten de mogelijkheid geven om bronnen op een rustige plek door te nemen.

In een aantal opdrachten is er bewust voor gekozen om niet alle voorbeelden of literatuur ‘voor te kauwen’. Mogen studenten hier weerstand over laten zien dan kunt u uitleggen dat het ook een vaardigheid is van de sociale professional om zelf op zoek te gaan naar de juiste informatie.

Wij wensen u veel plezier met uw studenten bij het gebruiken van deze e-learning.

 

Bijlage 1 Competentieprofiel Professionele ondersteuning Informele Zorg rond (L)VB (Voorlopig vastgestelde versie op 17-4-2017 Abrona, bewerkt op 31-8-2017 EW)

Wat is het taakgebied

 

Daartoe heeft de MBO professional de volgende competenties Daartoe heeft de HBO professional de volgende competenties
Vinden

De professional zoekt de ouders/brusjes ( verwanten)  en betrokken anderen actief op. Hij weet de mensen te bereiken die zorgen voor een naaste.

 

De professional:

 

Heeft in het werken met degene met (L)VB ook oog voor de situatie van de mantelzorger.

 

Toont een actieve houding naar de ouders, brusjes en andere naasten en weet welke collega’s te benaderen bij een ‘niet pluis gevoel’.

De professional

 

Heeft de intentie om op zoek te gaan naar en contact te hebben met de informele zorgers.

 

Kan op een passende manier contact leggen met de persoon met (L)VB, diens ouders/brusjes/verwanten en met mensen in het sociale netwerk.

 

Herkennen

 

Laat de ouders/brusjes/verwanten en andere betrokkenen ervaren dat hij (echt) weet wat de gevolgen van (L)VB kunnen zijn.

 

 

 

 

 

De professional

 

Heeft een vragende houding om te kunnen herkennen in hoeverre de gevolgen van (L)VB, , karakter en de omgeving een situatie complex kunnen maken voor de naaste(n).

 

Heeft een vragende houding om de gevolgen op de ouders, brusjes en naaste(n) te kunnen herkennen.

Kan het eigen proces van de ouders en brusjes herkennen en met collega’s communiceren.

 

Beschouwt de persoon met (L)VB, de mantelzorgers en de zorgvrijwilligers als samenwerkingspartners.

 

De professional

 

Heeft kennis van (L)VB: de zichtbare en onzichtbare gevolgen, kan die kennis overbrengen op ouders, brusjes en andere naaste(n).

 

Kan het eigen proces van de ouders/verwanten herkennen en bespreekbaar maken.

 

Begrijpt dat inzet van familie en vrienden een andere impact heeft dan vrijwillige inzet.

 

Herkent de (on)mogelijkheden van cliënt en verwanten.

 

Herkent eigen aarzelingen mbt risico’s in het contact met informele steun en kan deze loslaten.

 

Versterken

 

Het versterken van  ouders/ brusjes/verwanten  in hun regie en positie.

 

De professional

 

Kan het eigen proces van de mantelzorger herkennen en ondersteunen.

 

De professional heeft oog voor rouwprocessen van de mantelzorger en bespreekt dit met de casemanager.

 

 

De professional tov ouders/verwanten in de mantelzorgrol:

 

Bespreekbaar maken:hoe ouders/verwanten zo goed mogelijk met elkaar kunnen omgaan in relatie tot cliënt.

 

Bespreekbaar maken:draagkracht van de ouders, door te leren hoe iemand actief zijn situatie kan veranderen.

 

Bespreekbaar maken: de ouders/familie om hun eigen leven te blijven leven en maakt hen attent op de valkuilen van het ‘mantelzorger zijn’

 

Maakt bespreekbaar wat er moet gebeuren wanneer de ouders voor korte of voor langere tijd wegvalt.

 

Stimuleert de ouders de regierol te nemen in het (organiseren van het)netwerk

Versterken van rol betrokken anderen in sociale netwerk. De professional :

 

Toont in het dagelijkse werk kennis te hebben over (L)VB, de daarbij horende gedragskenmerken en de gevolgen daarvan op naasten.

 

Kan bij eenvoudige vragen advies geven over hoe daar adequaat mee om te gaan.

 

Ondersteunt het organiseren van betekenisvolle activiteiten.

 

 

 

 

De professional t.o.v.  het sociale netwerk:

 

Is in staat het netwerk te verbinden en, voorlichting te geven en te kijken wie een rol kan spelen

 

Kan informatie geven over de specifieke beperking en gedragskenmerken van (L)VB en hoe daar adequaat mee om te gaan.

 

Ondersteunt het denken over het invulling geven aan de vernieuwde relatie(s).

 

Maakt toekomstplanning bespreekbaar.

 

Verlichten

 

Het organiseren van  ondersteuning om ervoor te zorgen dat ouders en brusjes in de mantelzorgerrol de mantelzorgtaken kunnen (blijven) uitvoeren.

Ondersteuning betrokken anderen in sociale netwerk

 

De professional

 

Heeft globale kennis van bestaande instrumenten en methoden van sociale netwerk versterking.

 

Kan taken uit het begeleidingsplan  uitvoeren om 1) de ouders en brusjes te stimuleren de regierol te nemen in het organiseren van het eigen netwerk 2) het netwerk in kaart te brengen.

 

 

 

Maakt mogelijkheden bespreekbaar van ondersteuning door een vrijwilliger als respijtzorg en/ of als mantelzorgmaatje.

 

Schakelt, in afstemming met collega’s, vrijwilligersorganisaties in ten behoeve van de persoon met LVB of ten behoeve van de ouders/ brusjes.

 

Heeft een signalerende rol, vraagt vrijwilliger actief naar zijn/haar ervaringen.

 

De professional

 

Heeft bijzondere aandacht voor situaties rond (L)VB waarbij (jonge) kinderen zijn betrokken.

 

Signaleert dreigend isolement van ouders/brusjes en maakt dit bespreekbaar.

 

Kent de gespecialiseerde organisaties die respijtzorg geven zoals logeerhuizen/ dagbesteding.

 

Kan moeilijk verstaanbaar gedrag verstaanbaar maken of moeilijke (sociale) situaties invoelen en uitleggen waarom deze ontstaan.

 

Schakelt vrijwilligersorganisaties in ten behoeve van de persoon met (L)VB.

 

Kijkt naar mogelijkheden van ondersteuning door een vrijwilliger als respijtzorger of als mantelzorgmaatje;

 

Weet op basis van welke criteria een matching met vrijwilligers kan plaatsvinden.

 

Maakt de ouders/brusjes attent op de mogelijkheden van ondersteuning van ervaringsgenoten al dan niet via een bestaande organisaties.

 

Verbinden

Het leggen van verbindingen tussen formele en informele zorg en ondersteuning van het sociale netwerk

De professional

 

Weet navraag te doen over de organisaties in de regio waar het gaat om ondersteuning van ouders en brusjes.

 

Weet navraag te doen over de organisaties in de regio waar het gaat om vrijwilligers betrekken.

 

Kan in professioneel overleg aangeven hoe de gang van zaken is waar vrijwilligers betrokken zijn.

 

De professional

 

Kent de sociale kaart en het sociale netwerk, en de mogelijkheden die deze biedt voor mensen met (L)VB en de mantelzorgers.

 

Heeft kennis van het regionale aanbod op gebied van zorg, arbeid, dagbesteding  en is tevens bekend met gespecialiseerde voorzieningen.

 

Heeft kennis van het regionale aanbod van vrijwilligerszorg.

 

Kan buiten de gebaande paden denken en doen, zoekt keer op keer naar passende voorzieningen en passende ondersteuning.

 

Kent de kracht van een maatje en stimuleert de cliënt om daar gebruik van te maken.

 

Weet wanneer problemen met ketenpartners, indicatieorganen en uitvoeringsinstanties opgepakt moeten worden.

Weet wanneer problemen in de uitvoering op een ander niveau binnen of buiten de organisatie getild moet worden.

 

Bijlage 2 Overzicht van de taakgebieden aan de thema’s

 Thema’s

 

 

Taakgebieden

Kennis van de gevolgen van (L)VB op de naaste(n) Professionele Samenwerking met de directe naaste Ondersteunen en versterken van het sociale netwerk Kennen en gebruiken van de sociale kaart Interdisciplinaire samenwerking
Vinden X        
Herkennen X X      
Versterken   X X    
Verlichten   X X X X
Verbinden       X X

 

Bijlage 3 Overzicht van de opdrachten inclusief de leerstijlen

 

De gevolgen van de (L)VB op de naaste(n)                                        

HBO opdrachten

Taakgebied Vinden
Inleven in de situatie van de ouders/brusjes Reflecteren
Openingsvragen bij brusjes Toepassen
Inleven in de ouders van pubers met een (L)VB Reflecteren
Taakgebied Herkennen
Minicollege over de gevolgen van (L)VB voor ouders/ brusjes  Conceptualiseren, toepassen
Vragende houding Toepassen, reflecteren
Eigen (onzichtbare) proces van de ouders/ brusjes  Reflecteren, conceptualiseren

MBO opdrachten

Taakgebied Vinden
Het gezinssysteem in beeld Experimenteren
Vindplaatsgericht werken naar brusjes Toepassen en Conceptualiseren
Outreachend werken naar mantelzorgers Conceptualiseren, toepassen
Taakgebied Herkennen
Bemoeizorg Conceptualiseren
Herkennen van gevoelens en dilemma’s van naaste(n) Ervaren, reflecteren
Eigen proces van de informele zorgers Ervaren, reflecteren

 

Samenwerken met de mantelzorger 

HBO opdrachten

Taakgebied Herkennen
Moreel beraad Ervaren, reflecteren
Ervaringsordening Conceptualiseren
Screeningsinstrumenten Ervaren
Taakgebied Verlichten
Balanstest Mantelzorg Power Reflecteren, toepassen
Mantelzorgmaatje Conceptualiseren, toepassen
Regelen van respijtzorg Conceptualiseren, toepassen
Samenspelscan Experimenteren
Taakgebied Versterken
Lotgenoten contacten Conceptualiseren, toepassen
Maken van een analyse Experimenteren
Lotgenoten contact Conceptualiseren, toepassen
Toekomstberaad Conceptualiseren, toepassen

MBO opdrachten

Taakgebied Herkennen
Waarden en dilemma’s    Experimenteren
Screeningsinstrumenten Toepassen
Oog hebben voor rouwprocessen en casemanagement    Experimenteren
Taakgebied Verlichten
Respijtzorg Conceptualiseren
Regelen van respijtzorg Toepassen
Taakgebied Versterken
Vormen van zorg en ondersteuning    Toepassen
Vragende houding     Reflecteren, toepassen

Versterken en benutten van het Sociale Netwerk

HBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Vrijwilligers kennen en binden         Ervaren, reflecteren
Relaties en rollen     Reflecteren, toepassen
Motiverende gespreksvoering    Ervaren, conceptualiseren
Taakgebied Verlichten
Waarden van vrijwilligers Reflecteren, toepassen
Toekomstplanning   Conceptualiseren, toepassen
Ouders  op leeftijd   Reflecteren en conceptualiseren

MBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Respijtzorg Conceptualiseren, toepassen
Heel het Leven   Toepassen, conceptualiseren
SOFA-model   Reflecteren, toepassen
Taakgebied Versterken
Balansmodel  Toepassen
Heel het Leven Conceptualiseren, toepassen
Netwerken en diversiteit Ervaren, reflecteren
Regie versterkende benadering    Toepassen, conceptualiseren

Kennis van de sociale kaart 

HBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Mantelzorgondersteuning Reflecteren, conceptualiseren
Brussen    Reflecteren, toepassen
Taakgebied Verbinden
Buurt benutten    Conceptualiseren, toepassen
Migranten mantelzorgers    Reflecteren, conceptualiseren
Kennis van de sociale kaart  Reflecteren,  toepassen
Vrijwilliger gevraagd  Ervaren, conceptualiseren

MBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Ondersteuningsaanbod brusjes  Conceptualiseren, toepassen
Mantelzorgmakelaar   Reflecteren
Taakgebied Verbinden
Vrijwilliger gezocht    Ervaren, toepassen
Heel het Leven Conceptualiseren, toepassen
Migranten mantelzorger   Reflecteren, conceptualiseren
Kennis van de sociale kaart  Toepassen

 

Interdisciplinaire samenwerking

HBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Particuliere wooninitiatieven      Reflecteren, toepassen
Vrijwilligersbeleid op een woongroep    Ervaren, conceptualiseren
Woonplaatsbeginsel    Conceptualiseren
Taakgebied Verbinden
Inclusie   Experimenteren
Balans individuele en collectieve benaderingen Conceptualiseren, toepassen
Indicaties vanuit informele zorgers gezien       Conceptualiseren

MBO opdrachten

Taakgebied Verlichten
Respijtzorg Toepassen
Signaleren en bespreken knelpunten     Reflecteren, experimenteren
Taakgebied Verbinden
Interdisciplinaire werken Experimenteren, conceptualiseren
Balans individuele en collectieve benaderingen Conceptualiseren, toepassen
Vrijwilligers op een woongroep   Toepassen

 

Bijlage 4 Een lijst met vragen die de docent achter de hand kan houden.

Hieronder vindt de docent allerlei type vragen ter ondersteuning van de e-learning. Het zijn vragen die de docent achter de hand kan houden bij het begeleiden van de opdrachten uitvoering van de studenten. Er is een onderscheid gemaakt in oriëntatievragen ( over de begrippen, over de casussen, over de organisatie, over de wet- en regelgeving); dialoogvragen (over de regiefunctie, over de samenwerkingsrelatie met de vrijwilliger, over het vergroten van het netwerk); en verdiepingsvragen en specifieke vragen over te behalen competenties.

Oriëntatievragen

Over de begrippen

  • Ken je de begrippen die in deze casus geïntroduceerd worden? Zo ja, leg het aan anderen in je groep uit. Zo nee, zoek met elkaar de begrippen op. Nu je de betekenis weet, lees de casus nog eens door en bespreek met elkaar of je op een andere manier tegenaan kijkt.
  • Mantelzorg is een lastig begrip wanneer de mantelzorger eigenlijk de opvoeder is. Ga eens met elkaar in gesprek over die verschillende rollen. Wanneer wordt opvoeden mantelzorgen? Hoe ziet dat er in concrete taken uit? Welke professionele ondersteuning denk je dat mantelzorgers/ouders/brusjes kunnen gebruiken?
  • Ga eens na wat de definitie van mantelzorgen is. Valt de informele zorg in deze casus onder deze categorie? Denk je dat ze zichzelf zien als mantelzorger? Welke professionele ondersteuning denk je dat de informele zorger/mantelzorger kan gebruiken?

Bij de casussen

  • Welke informele zorg is in deze casus beschikbaar? Denk ook in termen van beschikbare activiteiten?
  • Wie is hier de primaire hulpvrager?
  • Aan wie zou je welke vragen stellen?  Benoem de vragen die je hebt.
  • Welke personen zijn er in beeld en welke personen mis je? Wie zou je verder betrekken en hoe zou je dat aanpakken?
  • Welke vaardigheden zou je volgens jou nodig hebben om te kunnen handelen?
  • Welke kennis zou je volgens jou nodig hebben om hier te kunnen handelen? Waar kun je de kennis vinden, ga hiernaar op zoek.

Over de organisatie, wet en regelgeving

  • Welke instanties/ organisatie mbt informele zorg hebben een aanbod dat aansluit bij deze casus?
  • Wat is er beschikbaar in de eigen organisatie (en beleid) dat aansluit op Informele Zorg?
  • Welke initiatieven/ projecten zijn er op het gebied van informele zorg?
  • Wat is de wet- en regelgeving op het gebied van informele zorg in relatie tot deze casus?
  • Wat zijn de wettelijke kaders mbt informele zorg in relatie tot deze casus?
  • Wat zijn de financiële mogelijkheden/ regels voor informele zorg in relatie tot deze casus?
  • Wat zijn de organisatorische mogelijkheden/ regels voor informele zorg in relatie tot deze casus?

 Dialoogvragen

 Over de regiefunctie

  • Hulpverlening richt zich primair op de zorg voor de cliënt. Wie is er verantwoordelijk voor de zorg voor naasten in situaties zoals in de casussen geschetst wordt?
  • Hoe zou de ideale samenwerking tussen cliënt, naasten en professional er uitzien? Hoe zou deze samenwerking bij kunnen dragen aan inclusie (van de cliënt, vrijwilliger) ?
  • Wie zou regie moeten hebben in de samenwerking tussen cliënt, naasten en hulpverlening? En waarom zou deze juist de regie moeten hebben? Is er sprake van gelijkwaardigheid van professionals en informele zorgers?
  • Worden familie en vrienden aangesproken op het nemen van een regiefunctie?
  • Wanneer zou je als hulpverlener negatief adviseren over de betrokkenheid van naasten bij het hulpverleningsproces?

Over samenwerkrelatie met de vrijwilliger

  • Zou jij als professional met vrijwilligers op basis van gelijkwaardigheid willen en kunnen werken?
  • Hoe kun je de vrijwilliger erkenning geven voor de inzet?
  • Maakt het voor jou als professional uit welke kwetsbaarheid een vrijwilliger heeft waar je mee samenwerkt?
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat je als professional de bijdrage van vrijwilligers met een kwetsbaarheid niet hindert?
  • Is een vrijwilliger met een kwetsbaarheid voor jou vooral onderdeel van de doelgroep of een (vrijwillige) samenwerkingspartner?

Over het vergroten van het netwerk

  • Er heeft een EKC plaatsgevonden. Dat blijkt niet voldoende om het netwerk groter te maken en/of mensen te vinden die respijtzorg aan de naasten durven of willen geven. Wat nu te doen?
  • Probeer je eens in te denken in de situatie van de informele zorg. Hoe kan de professionele zorg een aandeel leveren om ervoor te zorgen dat het netwerk van de informele zorgers hen beter begrijpen? Wat kan gedaan worden om de familie/vriendenkring te behouden?
  • Het netwerk van …… bestaat slechts uit zijn moeder. Welke mogelijkheden zijn er om zijn netwerk te verstevigen? Hoe zou jij dat aanpakken?
  • Het lijkt niet onlogisch dat …….. gaat afzakken in destructief gedrag. Wat kan in samenspel met de ouders gedaan worden om dit te beperken en hem aan te sporen meer zelfredzaam te zijn? Welke mogelijkheden geeft de gemeente hiertoe?
  • Enkele mensen (oom, broer, zus, ouders) voelen zich verantwoordelijk voor …….. Wat kan gedaan worden om de steun van hen te verduurzamen ook gezien het feit dat ………. steeds minder van hen accepteert? Welke voorzieningen kunnen daarbij helpen?
  • Zelfstandig wonen lijkt voor ……… zonder professionele ondersteuning net een brug te ver. Op welke manier kan ervoor gezorgd worden dat ……… een nieuw netwerk om zich heen krijgt dat steunend is en waar hij een beroep op kan en wil doen?  Welke acties kan/wil de gemeente financieren?

 Verdiepingsvragen

  • ‘Wat heb ik geleerd, ik heb alleen maar huishoudschool,’ zegt een vrijwilligster  over zichzelf. Tegenwoordig stellen veel organisaties de eis dat hun vrijwilligers zich scholen of bijscholen in relatie tot hun vrijwilligerswerk. Zie jij naar aanleiding van deze casus redenen om de vrijwilliger te laten bijscholen op een bepaald gebied. Vind jij in zijn algemeenheid dat organisaties hun vrijwilligers kunnen verplichten tot het volgen van een bepaalde cursus?
  • Het PGB is een instrument om zorg in te kopen, relatief goedkoop als je het afzet tegen intramurale zorg. Het PGB zou overgenomen moeten worden door de gemeente. Welke keuzes maken de gemeenten hierin waar het gaat om mensen zoals in deze casus?
  • De coördinator vrijwilligers van het wijksteunpunt zegt over de begeleiding en samenwerking met de vrijwilligers: “Wij benaderen onze vrijwilligers niet wezenlijk anders dan onze cliënten”. Wat zou deze professional met deze uitspraak bedoelen?
  • Een vrijwilliger kondigt aan bij de coördinator van de organisatie, dat zij per direct stopt als vrijwilligster. Zij voelt zich overruled en niet in haar waarde gelaten door de nieuwe vrijwilligster erbij is gekomen. Stel je voor dat jij die coördinator bent. Hoe ga jij dan om met het feitelijke vertrek van de vrijwilliger. Wat doe je richting vrijwilliger ? Welke theorieën en methodieken die je tijdens je opleiding hebt gehad, zou je hierbij toepassen?
  • Zoek een actueel artikel over vrijwilligerswerk. Welke visie op vrijwilligerswerk voert de boventoon in dit artikel en welke argumenten (voor en tegen) worden in het artikel opgevoerd?

Specifieke vragen mbt professionele competenties in samenwerken met de informele zorg

  • Wat moet een Sociaal Werker op HBO niveau minimaal weten en kunnen (in termen van competenties) waar het gaat om samenwerking met informele zorgers?
  • Ga bij de gekozen casus na welke competenties de professional nodig heeft om met de informele zorg samen te werken. Maak hiervoor gebruik van het competentieprofiel.

[1] Bertlema, Tjeerd (2014). Leidmotief. Handboek leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. Amsterdam: Boom/ Nelissen