E-learning Informelezorg

E-learningmodule iformele zorg rond mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

In de periode van 2010 en 2017 is er in diverse projecten van het Kenniscentrum Sociale Innovatie en in de Wmo werkplaats Utrecht, veel kennis verkregen en ontwikkeld rondom het thema Informele Zorg.  De Hogeschool Utrecht en professionals uit de praktijk werkten samen met ervaringsdeskundige mantelzorgers. Er is onder andere een competentieprofiel ‘Professionele Samenwerking met Informele Zorg’ vastgesteld . Deze is bedoeld ter aanvulling op bestaande opleidingsprofielen.

Om de competenties ook daadwerkelijk te kunnen verwerven is een e-learning ontwikkeld. Deze e-learning is bedoeld voor studenten en professionals die op MBO niveau (niveau 3 en 4) of op HBO niveau (niveau 6) een opleiding volgen of werkzaam zijn in de sector zorg en welzijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om opleidingen en functies in:

  • Maatschappelijke zorg
  • Verpleegkundige
  • Verzorgende
  • Sociaal Werk

Waarom een e-Learning Informele zorg rond mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel?

De e-learning module bevat een handreiking voor sociale professionals die
werken met mantelzorgers en naasten van mensen met  een niet aangeboren hersenletsel. Het betreft kennis over de gevolgen van het hersenletsel op het dagelijks leven van mantelzorgers en naasten. De e-learning helpt bij het verkrijgen van kennis, vaardigheden en een passende attitude  om mantelzorgers, andere naasten en vrijwilligers goed te begrijpen, goed met hen samen te werken en hen adequaat te ondersteunen.

 

Aantallen

De factsheet van HerSenz, Vilans en de Hersenstichting over de aantallen, oorzaken en gevolgen van hersenletsel geeft het volgende beeld:

  • Er wonen naar schatting 650.000 mensen in Nederland die beperkingen ervaren als gevolg van een hersenletsel;
  • Dat is bijna 4 procent van de bevolking.
  • Per jaar zijn er 130.000 nieuwe hersenletselpatiënten, 19.000 daarvan zijn jongeren van 0 – 24 jaar.
  • Elk jaar komen er naar schatting 40.000 mensen bij die aanzienlijke blijvende beperkingen overhouden aan hersenletsel.

 

Oorzaken van NAH

Er zijn verschillende oorzaken van hersenletsel. Denk bijvoorbeeld aan een ongeluk, door een ziekte, een hartstilstand of een beroerte. Hersenletsel dat hierdoor ontstaat noemen we niet-aangeboren hersenletsel (NAH). We onderscheiden twee  vormen van hersenletsel: traumatisch en niet-traumatisch hersenletsel. Traumatisch hersenletsel ontstaat door iets van buitenaf, bijvoorbeeld door vallen of een ongeluk. Niet-traumatisch hersenletsel ontstaat van binnenuit, bijvoorbeeld door een beroerte.

 Gevolgen van NAH

Een belangrijk gevolg van NAH is de ‘breuk in de levenslijn’: er is een leven vóór en een leven na het hersenletsel. De persoon met een hersenletsel en de mantelzorgers en naasten moeten opnieuw hun leven vormgeven en verwerken hoe hun leven veranderd is.

Het hersenletsel heeft vrijwel altijd gevolgen voor het dagelijks functioneren. Denk aan beperkingen bij het bewegen, geheugen- en concentratieproblemen. Een grotere gevoeligheid voor prikkels. Moeite met het begrijpen van taal of juist bij het spreken (afasie). Impulsiviteit of juist passiviteit. Soms zijn de gevolgen niet direct zichtbaar, dat maakt het ingewikkeld. Denk bijvoorbeeld aan een verminderd ziekte-inzicht, waardoor de persoon met het hersenletsel denkt dat het allemaal wel meevalt, maar het juist voor de omgeving extra complex is.

Deze gevolgen vragen specifieke aandacht van professionals die met mantelzorgers en naasten werken. Het gaat dan om de manier waarop de mantelzorgers kunnen aansluiten bij de leefwereld van de persoon met niet-aangeboren hersenletsel. Professionals moeten goed kunnen samenwerken met de betrokken mantelzorgers zonder uit het oog te verliezen dat deze mantelzorgers ook zelf behoefte kunnen hebben aan ondersteuning.

De e-learning is als volgt opgebouwd

Er zijn taakgebieden die de hoofdonderdelen van activiteiten van het sociaal werk weergeven. Het kan daarbij gaan om taken van sociaal werkers, maatschappelijke zorg, verzorgenden en verpleegkundigen. Het competentieprofiel ‘Professionele Samenwerking met informele zorgers’, heeft 5 taakgebieden voor de sociale professional, te weten:

  • Vinden
  • Herkennen
  • Versterken
  • Verlichten
  • Verbinden

Bij elk taakgebied horen competenties. Deze competenties zijn uitgewerkt in MBO en HBO niveau. Ze liggen in elkaars verlengde. De opdrachten in deze e-learning zijn verbonden aan de taakgebieden en aan de competenties. Elke opdracht begint met een overzicht waarin staat:

  • Welk thema gaat het over en welke kerntaak hoort daarbij?
  • Welke competenties worden geoefend?
  • Welke onderwijswerkvorm is gekozen in termen van de leercyclus van KOLB?
  • Wordt de opdracht individueel of in groepjes gedaan?
  • Hoeveel tijd is nodig om deze opdracht te doen?

Op de homepage staan hulpmiddelen om de opdrachten goed uit te voeren. Er is een begrippenlijst, een lijst met relevante films, er is een lijst met kernliteratuur, er is een toolbox, en de competentieprofielen staan op thema weergegeven.

De e-learning begint met een Warming up om een beeld te krijgen over waar je ongeveer staat met de kennis over informele zorg rond mensen met NAH.